Naar de inhoud
Menu

Bij een gewoon gemiddelde telt elk getal even zwaar. Bij een gewogen gemiddelde niet: daar krijgt elk getal een gewicht. In ons voorstel is dat gewicht het aantal zetels dat een partij heeft gehaald.

Een voorbeeld. Stel dat er maar drie partijen waren, met 75, 45 en 30 zetels. Partij A wil 100 miljard aan zorg uitgeven, partij B 110 miljard en partij C 90 miljard. Het gewone gemiddelde is dan 100 miljard. Het gewogen gemiddelde is (75 × 100 + 45 × 110 + 30 × 90) gedeeld door 150, en dat is 101 miljard.

Het verschil lijkt klein, maar het principe is groot: de partij die het grootst is gemaakt door de kiezer, weegt het zwaarst mee. Niet omdat ze de onderhandeling heeft gewonnen, maar omdat de som dat zo uitrekent.

Daar zit meteen de belangrijkste eigenschap in. Dezelfde uitslag en dezelfde programma’s geven altijd dezelfde begroting. Iedereen kan het narekenen, en niemand hoeft te vertrouwen op wat er achter een gesloten deur is afgesproken.

Wat een gewogen gemiddelde niet doet, is keuzes wegnemen. Waar partijen dicht bij elkaar liggen, komt er een duidelijke uitkomst uit. Waar ze ver uit elkaar liggen, komt er een middenweg uit — en dan is zichtbaar hoe die middenweg is ontstaan.

Hoort bij pilaar 04

De begroting is het gewogen gemiddelde van alle partijprogramma’s, naar rato van de zetels.

Begroting op basis van de stemmen

Terug naar alle berichten